Nieuwsblog

Angst, een bijzondere helper (Voor kinderen tot 12 jaar)

Angst, een bijzondere helper

Angst is een gevoel dat iedereen kent. Niet alleen kinderen, maar ook grote mensen, opa’s en oma’s voelen soms angst. Dat is helemaal niet raar, want angst hoort bij het leven. Je kunt angst eigenlijk zien als een bijzondere helper die in jouw lichaam woont en altijd probeert om goed op jou te letten. Wanneer jouw hersenen denken dat er misschien iets gevaarlijk is, sturen ze een berichtje naar je lichaam om je klaar te maken. Daardoor kan je hart sneller gaan kloppen, ga je misschien sneller ademen, krijg je zweethanden of voel je kriebels of buikpijn. Dat voelt soms niet fijn, maar eigenlijk probeert je lichaam je alleen maar te beschermen.
Angst bestaat al heel erg lang. Duizenden jaren geleden leefden mensen midden in de natuur waar wilde dieren rondliepen en waar veel meer echte gevaren waren dan nu. Wanneer iemand toen een gevaarlijk dier zag, moest hij heel snel kunnen reageren om veilig te blijven. Daarom hebben mensen een slim alarmsysteem gekregen dat meteen aangaat als er misschien gevaar is. Dat alarmsysteem noemen we angst. Dankzij angst konden mensen snel wegrennen, zich verstoppen of hulp zoeken. Daardoor hadden zij een grotere kans om veilig te blijven leven. Ook nu hebben wij datzelfde alarmsysteem nog steeds, alleen zijn de gevaren vaak heel anders geworden. We hoeven meestal niet meer bang te zijn voor een beer of een wolf, maar misschien wel voor een spreekbeurt, een toets op school, een bezoek aan de tandarts of de eerste keer dat je naar een nieuwe sportclub gaat.
Al vanaf de geboorte kan een baby een beetje angst voelen. Een harde knal, een plotseling geluid of een vreemde beweging kan ervoor zorgen dat een baby schrikt. Naarmate kinderen groter worden, leren hun hersenen steeds meer over de wereld. Daardoor ontdekken zij ook dat sommige dingen spannend kunnen zijn. Het ene kind vindt het donker spannend, terwijl een ander kind bang is voor spinnen, onweer, hoogtes of alleen zijn. Dat is heel normaal, omdat ieder mens anders is en omdat ieder brein op zijn eigen manier leert wat veilig is en wat misschien spannend lijkt.
Wanneer je bang bent, werken je hersenen heel hard. Ze proberen zo snel mogelijk te bedenken of er gevaar is. Soms hebben je hersenen helemaal gelijk en is het verstandig om voorzichtig te zijn. Maar soms maken de hersenen een klein foutje en denken ze dat er gevaar is terwijl je eigenlijk veilig bent. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer je een spreekbeurt moet houden of wanneer je voor het eerst gaat logeren. Je lichaam reageert dan alsof er iets heel gevaarlijks gebeurt, terwijl er eigenlijk niets ergs aan de hand is. Je kunt het vergelijken met een rookmelder die hard begint te piepen terwijl er alleen een boterham een beetje is aangebrand. De rookmelder doet precies waarvoor hij gemaakt is, maar soms vergist hij zich een beetje. Zo werkt angst ook.
Het mooie is dat je hersenen iedere dag kunnen leren. Wanneer je iets spannend vindt en je probeert het toch stap voor stap, ontdekken je hersenen langzaam dat het eigenlijk veilig is. Misschien durf je eerst alleen maar naar een hond te kijken die ver weg loopt. Daarna durf je misschien iets dichterbij te komen en uiteindelijk durf je de hond misschien zelfs voorzichtig te aaien. Zo leert jouw alarmsysteem steeds beter wanneer het echt nodig is om te waarschuwen en wanneer je gewoon rustig kunt blijven. Dat kost soms tijd, maar iedere kleine stap is een stap vooruit.
Als je bang bent, hoef je dat nooit alleen op te lossen. Het helpt vaak om rustig adem te halen, te vertellen waar je bang voor bent of een knuffel te vragen aan iemand die je vertrouwt. Papa, mama, opa, oma, een juf, meester of een andere volwassene kan je helpen om samen naar de angst te kijken. Vaak merk je dan dat de angst langzaam kleiner wordt. Het is belangrijk om te weten dat gevoelens altijd weer veranderen. Ook angst blijft niet voor altijd. Net zoals een regenbui weer overgaat en de zon weer tevoorschijn komt, gaat ook een bang gevoel uiteindelijk weer voorbij.
Sommige kinderen denken dat het niet goed is om bang te zijn, maar dat is helemaal niet waar. Iedereen is wel eens bang. Zelfs brandweermensen, politieagenten, dokters, piloten, sporters en meesters of juffen voelen soms angst. Het verschil is dat zij hebben geleerd dat je ook iets kunt doen terwijl je een beetje bang bent. Dat noemen we moed. Moedig zijn betekent dus niet dat je nooit bang bent, maar dat je ondanks je angst toch een klein stapje durft te zetten.
Onthoud daarom goed dat angst niet je vijand is. Angst wil je helpen en probeert ervoor te zorgen dat je veilig blijft. Soms ziet angst het helemaal goed en waarschuwt hij je voor echt gevaar, maar soms vergist hij zich en maakt hij zich zorgen terwijl dat eigenlijk niet nodig is. Iedere keer dat jij iets nieuws leert of een spannend moment overwint, leren jouw hersenen weer iets bij. Zo word je stap voor stap sterker, dapperder en krijg je steeds meer vertrouwen in jezelf. Daarom is angst geen vervelend gevoel dat weg moet, maar een bijzondere helper die soms nog een beetje moet leren wanneer hij wel en wanneer hij niet hoeft te waarschuwen.

Vermoed je dat je kind gepest wordt?

Let op:

Het kind is stiller dan normaal of juist sneller boos
Het wil niet meer naar school of sport
Vaak buikpijn of hoofdpijn, vooral op schooldagen
Minder contact met vrienden of speelt alleen
Slecht slapen of nachtmerries
Vaak moe overdag
Zegt vaak “ik kan het niet” of heeft minder zelfvertrouwen
Vertelt weinig over school of de dag
Spullen zijn vaak kwijt of kapot
Huilt sneller of wordt snel verdrietig
Wordt snel boos zonder duidelijke reden

Aandacht

Iedereen heeft aandacht nodig. Dat is heel normaal. Aandacht betekent dat iemand je ziet, naar je luistert, of laat merken dat je belangrijk bent. Als iemand naar je glimlacht, een vraag aan je stelt, of zegt dat je iets goed hebt gedaan, krijg je aandacht. Door aandacht voel je je vaak veilig, blij en verbonden met andere mensen.
De behoefte aan aandacht begint al als je een baby bent. Een baby kan nog niet praten en is helemaal afhankelijk van de mensen die voor hem zorgen. Door knuffels, lieve woorden en goede zorg leert een kind dat het geliefd is. Zo groeit het gevoel dat je erbij hoort en dat je belangrijk bent. Als kinderen ouder worden, zoeken ze ook aandacht bij vrienden, klasgenoten, leraren en later misschien bij een partner. Dat hoort bij het leven.
Niet iedereen vraagt op dezelfde manier om aandacht. Sommige mensen doen dat bewust. Dat betekent dat ze weten dat ze graag gezien of gehoord willen worden. Ze vertellen bijvoorbeeld een grappig verhaal, laten iets zien waar ze trots op zijn, trekken mooie kleding aan, of gaan praten met iemand die ze leuk vinden. Er is niets mis mee om af en toe aandacht te willen. Iedereen vindt het fijn als een ander laat merken dat hij of zij belangrijk is.
Soms vragen mensen om aandacht zonder dat ze het zelf doorhebben. Dat noemen we onbewust aandacht vragen. Iemand praat misschien heel veel, maakt steeds grapjes, klaagt vaak, helpt altijd anderen, of vraagt steeds of hij iets goed heeft gedaan. Vaak beseffen mensen niet dat ze eigenlijk op zoek zijn naar waardering of bevestiging. Ze voelen alleen dat ze graag gezien, gehoord of gewaardeerd willen worden.
Er bestaan verschillende soorten aandacht. Positieve aandacht krijg je wanneer iemand vriendelijk tegen je is, een compliment geeft, naar je luistert of laat merken dat je ertoe doet. Negatieve aandacht ontstaat wanneer iemand aandacht krijgt doordat hij ruzie maakt, expres lawaai maakt, of anderen plaagt. Ook dat is aandacht, maar die voelt meestal minder prettig. Er is ook aandacht van vrienden, aandacht van familie, aandacht van een partner, en aandacht van mensen die je aantrekkelijk vinden. Sommige mensen zoeken vooral bevestiging. Zij willen graag horen dat ze mooi, slim, grappig of goed genoeg zijn.
Je kunt aandacht vragen met je gedrag. Sommige mensen vertellen graag verhalen, steken vaak hun vinger op, lachen veel, of laten zien waar ze goed in zijn. Anderen dragen opvallende kleding, plaatsen veel foto’s op sociale media, zoeken vaak oogcontact, of maken graag een praatje. Er zijn ook mensen die juist stil worden, veel klagen, zichzelf wegcijferen, of steeds klaarstaan voor anderen, in de hoop dat iemand hen ziet of waardeert. Soms gebeurt dit bewust, maar vaak ook zonder dat iemand het zelf merkt.
Aandacht vragen is dus niet verkeerd. Het hoort bij het mens zijn. Iedereen wil graag gezien, gehoord en gewaardeerd worden. Pas wanneer iemand zich alleen nog gelukkig voelt door de aandacht van anderen, kan het een probleem worden. Dan hangt het gevoel van eigenwaarde af van wat andere mensen zeggen of doen.

Het is daarom goed om aandacht van anderen fijn te vinden, maar ook te leren dat je waardevol bent zonder dat je steeds in het middelpunt hoeft te staan. Mensen die zichzelf accepteren, genieten van aandacht als die er is, maar kunnen ook gelukkig zijn wanneer die aandacht er even niet is. Dat is een gezonde manier om met aandacht om te gaan.

Uitstelgedrag

Uitstelgedrag is het uitstellen van taken die eigenlijk gedaan moeten worden. Mensen met uitstelgedrag schuiven werk vaak voor zich uit en besteden hun tijd aan andere activiteiten die makkelijker of leuker zijn. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals angst om fouten te maken, perfectionisme, stress, vermoeidheid of een gebrek aan motivatie. Uitstelgedrag kan leiden tot tijdsdruk, stress en minder goede resultaten. Om uitstelgedrag te verminderen, helpt het om taken op te delen in kleinere stappen, een planning te maken en zo snel mogelijk te beginnen met een eerste kleine taak. Hierdoor wordt het makkelijker om het werk af te ronden en blijven problemen door uitstel beperkt.

Wil je uitstelgedrag aanpakken en er meer over weten? Meld je dan snel aan en ontdek hoe je effectiever kunt plannen, makkelijker kunt beginnen en meer grip krijgt op je taken.

pleasegedrag

Mensen met pleasegedrag vinden het vaak moeilijk om grenzen aan te geven en zetten de behoeften van anderen boven die van zichzelf. Ze zijn bang om anderen teleur te stellen en zeggen daardoor regelmatig “ja”, terwijl ze eigenlijk “nee” willen zeggen. In combinatie met perfectionisme kan dit leiden tot stress, onzekerheid, overbelasting en het gevoel nooit goed genoeg te zijn.

Door inzicht te krijgen in deze patronen en te leren luisteren naar je eigen behoeften, ontstaat er meer rust, zelfvertrouwen en balans. Gezonde grenzen stellen is geen teken van egoïsme, maar van zelfzorg.

Hoe merk je dat je kind mogelijk gepest wordt?

Kinderen vertellen niet altijd direct dat ze gepest worden. Daarom is het belangrijk om alert te zijn op signalen, zoals:
Niet meer naar school willen of vaak buikpijn of hoofdpijn hebben.
Veranderingen in gedrag, zoals verdriet, angst of prikkelbaarheid.
Minder zelfvertrouwen en negatieve opmerkingen over zichzelf.
Weinig of geen contact met vrienden.
Terugtrekken uit sociale activiteiten.
Slechter slapen of nachtmerries hebben.
Beschadigde spullen of regelmatig kwijtgeraakte bezittingen.
Dalende schoolprestaties of minder concentratie.
Geen van deze signalen betekent automatisch dat een kind gepest wordt, maar ze kunnen wel aanleiding zijn om het gesprek aan te gaan. Door rustig te luisteren, open vragen te stellen en interesse te tonen in de dagelijkse ervaringen van je kind, vergroot je de kans dat het zich veilig voelt om te vertellen wat er speelt.

Onzekerheid

Trek op tijd aan de bel en meld je aan. Samen kijken we rustig naar jouw situatie en bepalen we welke stappen nodig zijn.

De intake is volledig vrijblijvend en gratis. Je betaalt niets totdat we met zekerheid kunnen vaststellen of we je voor 100% kunnen helpen. Pas wanneer duidelijk is wat mogelijk is en we samen verdergaan, maken we afspraken over de vervolgstappen.

Neem gerust contact met ons op – we denken graag met je mee.

Onzekerheid

Echte eigenwaarde ontstaat niet wanneer anderen jou waarderen, maar wanneer jij jezelf leert waarderen. Wanneer je beseft dat jouw waarde niet afhankelijk is van prestaties, goedkeuring of perfectie. Het moment dat je stopt met jezelf te vergelijken en begint te luisteren naar je eigen stem, ontstaat er ruimte voor rust, zelfvertrouwen en vrijheid.
Want een leven geleid door de verwachtingen van anderen is een gevangenis zonder muren. Pas wanneer je jezelf toestemming geeft om authentiek te zijn, ontdek je wie je werkelijk bent. En juist daar begint de weg naar echte vrijheid en zelfrespect.