Pesten

Peseten kan een grote invloed hebben op het dagelijks leven. Je kunt je onzeker, verdrietig of alleen voelen, maar ook steeds meer het gevoel krijgen dat je niet weet hoe je hiermee om moet gaan.

IkReset helpt jongeren die met pesten te maken hebben. We luisteren naar wat er gebeurt, gaan mee wanneer dat nodig is en proberen samen duidelijk te krijgen waar het probleem vandaan komt. We kijken niet alleen naar degene die gepest wordt, maar ook naar wie er pest, wat er speelt en waarom het gedrag ontstaat.

Samen zoeken we naar een manier om de situatie te verbeteren. Het doel is niet om iemand de schuld te geven, maar om weer rust, veiligheid en respect te creëren.

Of je nu zelf gepest wordt, merkt dat iemand anders wordt buitengesloten of betrokken bent bij een situatie waarin veel spanning is: je hoeft er niet alleen voor te staan.

IkReset luistert. IkReset gaat mee. IkReset helpt om de rust terug te brengen.

Zet vandaag de eerste stap naar een betere toekomst.

Moerasgroep

 

Zeg NEE!

Uit mijn eigen ervaringen heb ik door de jaren heen een soort antenne en beveiligingssysteem ontwikkeld. Ik heb geleerd om bepaalde patronen in het gedrag van mensen snel te herkennen. Niet omdat ik mensen wil veroordelen of in hokjes wil plaatsen, maar omdat ik door mijn eigen ervaringen heb geleerd dat sommige contacten je sterker kunnen maken, terwijl andere contacten je langzaam kunnen leegtrekken.

Voor een aantal van deze patronen heb ik mijn eigen benamingen bedacht. Eén daarvan noem ik de “Moerasgroep”. Een moeras ziet er aan de buitenkant misschien rustig uit, maar wanneer je erin terechtkomt, kan het je steeds verder naar beneden trekken. Zo zie ik ook bepaalde mensen en relaties. Je begint misschien met iets kleins: iemand helpen, iets geven, tijd vrijmaken of een probleem voor iemand oplossen. Maar wanneer je geen duidelijke grenzen stelt, kan er steeds meer van je worden gevraagd. Bij een “moerasgroep” gaat het voor mijn gevoel vaak niet alleen om geld of spullen. Het kan ook gaan om jouw tijd, energie, aandacht, kennis, contacten en bereidheid om te helpen. Wat jij hebt, kan door de ander steeds meer worden gezien als iets waar hij of zij recht op heeft. Tegelijkertijd wordt wat de ander zelf heeft niet altijd op dezelfde manier gedeeld. Mijn “antenne” is door de jaren heen ontstaan doordat ik veel verschillende mensen en situaties heb meegemaakt. Ik heb geleerd om niet alleen te luisteren naar wat iemand zegt, maar ook te kijken naar gedrag, herhaling, reacties op grenzen en de manier waarop iemand met geven en nemen omgaat. Het belangrijkste onderdeel van mijn beveiligingssysteem is daarom niet iemand meteen afwijzen. Het is eerst kijken, luisteren en grenzen stellen. Hoe reageert iemand wanneer je nee zegt? Respecteert iemand jouw spullen en jouw tijd? Is geven en ontvangen in balans? Kan iemand verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf?

Want iemand helpen is iets moois. Maar jezelf steeds verder weggeven totdat er niets meer van jezelf overblijft, is iets anders.

Mijn methode is gebaseerd op één eenvoudige gedachte: help mensen, maar bescherm jezelf daarbij.

De waakhond in je lichaam

Wat is trauma en wat gebeurt er in je hoofd?

Soms maakt iemand iets heel ergs, verdrietigs of engs mee. Bijvoorbeeld een ongeluk, oorlog, geweld, pesten, het verlies van iemand van wie je veel houdt, of een andere gebeurtenis waardoor je je heel bang of onveilig voelt. Zo’n gebeurtenis kan ervoor zorgen dat je hoofd en je lichaam de gebeurtenis niet zomaar kunnen vergeten. Dat noemen we trauma. Trauma betekent niet dat er iets mis is met jou. Het betekent dat je iets hebt meegemaakt wat voor jouw hoofd en lichaam te veel, te eng of te moeilijk was om goed te verwerken.

Je kunt je hersenen vergelijken met een huis waarin een alarm zit. Dat alarm moet je beschermen wanneer er gevaar is. Als er bijvoorbeeld iemand achter je aan komt, moet je lichaam snel kunnen reageren. Je hart gaat sneller kloppen, je spieren spannen zich aan en je lichaam maakt zich klaar om te vluchten of jezelf te verdedigen. Dat is heel handig wanneer er echt gevaar is. Bij trauma kan het alarm in je hoofd alleen veel te gevoelig worden. Het kan blijven denken dat er gevaar is, ook wanneer het gevaar allang voorbij is.

Daardoor kun je soms heel heftig reageren op iets wat voor andere mensen helemaal niet gevaarlijk lijkt. Een geluid, een geur, een bepaalde plek, een persoon of een situatie kan je herinneren aan wat er vroeger is gebeurd. Je hoeft daar niet bewust aan te denken. Je lichaam kan het zich als het ware herinneren. Je kunt ineens bang worden, boos worden, gaan trillen, sneller gaan ademen of het gevoel krijgen dat je weg moet. Het kan zelfs gebeuren dat je niet goed begrijpt waarom je zo reageert. Je hersenen proberen je op dat moment eigenlijk te beschermen, maar ze denken dat het oude gevaar opnieuw aanwezig is.

Een deel van je hersenen kun je zien als een soort waakhond. Deze waakhond let voortdurend op dingen die misschien gevaarlijk zijn. Wanneer je iets heel ergs hebt meegemaakt, kan die waakhond extra scherp worden. Hij wil voorkomen dat je nog een keer pijn krijgt of bang wordt. Daardoor kan hij ook gevaar zien op momenten waarop er eigenlijk niets aan de hand is. Je kunt dan bijvoorbeeld snel schrikken, moeilijk slapen, vaak boos zijn, moeite hebben om je te concentreren of liever bepaalde plaatsen en mensen vermijden. Het is dan alsof je hoofd steeds zegt: pas op, er kan iets gebeuren.

Dat betekent niet dat je zwak bent en het betekent ook niet dat je hoofd kapot is. Je hersenen doen juist wat ze hebben geleerd om jou te beschermen. Alleen hebben ze soms niet geleerd dat het gevaar voorbij is. Daarom kan iemand zich jaren later nog steeds gespannen of onveilig voelen, terwijl de gebeurtenis allang voorbij is. Het lichaam kan nog reageren alsof het ieder moment opnieuw kan gebeuren.

Gelukkig kunnen je hersenen veranderen en nieuwe dingen leren. Je kunt je hersenen vergelijken met een pad in het bos. Hoe vaker je over een bepaald pad loopt, hoe duidelijker het pad wordt. Ook in je hersenen kunnen bepaalde reacties steeds sterker worden wanneer je ze vaak gebruikt. Maar er kunnen ook nieuwe paden ontstaan. Door veiligheid, goede begeleiding, steun van mensen die je vertrouwt en door te leren begrijpen wat er met je gebeurt, kan je brein langzaam nieuwe manieren leren om met spanning en angst om te gaan.

Trauma betekent daarom niet dat je voor altijd zo zult blijven. Je brein heeft geleerd om je te beschermen op een moment dat je dat nodig had. Later kan je brein ook weer leren dat je veilig bent. Soms duurt dat lang en soms heb je daar hulp bij nodig, maar veranderen is mogelijk.

Je hoofd is dus niet kapot. Je hoofd heeft geprobeerd jou te beschermen. Soms moet het alleen opnieuw leren wanneer het alarm aan moet en wanneer het weer uit mag.

De mentale navelstreng die nooit is doorgeknipt.

Emotionele verstrengeling met je ouders

De mentale navelstreng die nooit is doorgeknipt. Bij de geboorte wordt de navelstreng doorgeknipt. Het kind begint daarmee aan een eigen leven, lichamelijk los van de moeder. maar er bestaat ook een onzichtbare navelstreng: de mentale en emotionele verbondenheid met je ouders.

Sommige mensen worden volwassen, maar blijven innerlijk sterk verbonden met hun ouders. Ze hebben hun goedkeuring nodig, voelen zich verantwoordelijk voor hun gevoelens, vinden het moeilijk om grenzen te stellen of voelen zich schuldig wanneer ze hun eigen leven leiden.

Dit noemen we emotionele verstrengeling. Je bent lichamelijk volwassen en misschien ook zelfstandig, maar vanbinnen voelt het nog alsof je rekening moet houden met wat je ouders denken, voelen of verwachten. Dat kan invloed hebben op de keuzes die je maakt. Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben om nee te zeggen tegen je ouders, belangrijke beslissingen uitstellen omdat je eerst wilt weten wat zij ervan vinden of je schuldig voelen wanneer je voor jezelf kiest.

Ook binnen een relatie kan dit problemen geven.

Wanneer je emotioneel nog sterk gericht bent op je ouders, kan het moeilijk zijn om je volledig te verbinden met je partner. Je partner kan het gevoel krijgen dat hij of zij altijd op de tweede plaats komt. Beslissingen over jullie leven kunnen steeds worden beïnvloed door de mening van vader of moeder. Wanneer er kinderen komen, kan dit nog ingewikkelder worden. Je aandacht, loyaliteit en emotionele energie kunnen verdeeld blijven tussen je ouders, je partner en je eigen kinderen. Hierdoor kan het moeilijk worden om volledig je eigen gezin te vormen. Loskomen van je ouders betekent niet dat je geen contact meer met ze mag hebben. Het betekent ook niet dat je niet meer van ze mag houden of niet voor ze mag zorgen.

Het betekent dat je leert om je eigen keuzes te maken. Je ouders mogen belangrijk voor je blijven, maar hun gevoelens, verwachtingen en goedkeuring mogen niet langer bepalen hoe jij je leven leidt. Je mag je eigen grenzen hebben. Je mag andere keuzes maken. Je mag een eigen mening hebben. Je mag een leven opbouwen dat misschien anders is dan het leven dat je ouders voor jou hadden bedacht.

Dat kan soms schuldgevoel geven. Vooral wanneer je jarenlang hebt geleerd om rekening te houden met de gevoelens van je ouders. Maar schuldgevoel betekent niet automatisch dat je iets verkeerd doet. Soms betekent het alleen dat je iets doet wat je nog niet gewend bent. Volwassen worden betekent niet alleen zelfstandig wonen, werken of je eigen geld verdienen. Echte zelfstandigheid betekent ook dat je emotioneel op eigen benen kunt staan.

Eerst loskomen, dan verbinden.

Wanneer je de mentale navelstreng leert door te knippen, verbreek je de liefde met je ouders niet. Je maakt ruimte voor jezelf. En vanuit die ruimte kun je een gezonde relatie opbouwen, waarin je partner niet hoeft te concurreren met je ouders en waarin je kinderen later de ruimte krijgen om hun eigen leven te leiden. Je knipt de mentale navelstreng niet door om de liefde te verbreken.

Je knipt hem door om ruimte te maken voor een nieuwe generatie.

Tony

Wat laat je open??

 

De kamers in je gedachten.

In je hoofd bevinden zich verschillende kamers.
In elke kamer bevindt zich iets bijzonders: een herinnering, een gevoel, een angst, verdriet, boosheid, onzekerheid, maar ook prachtige momenten, vertrouwen en kracht. Af en toe is het nodig om een kamer te openen. Af en toe is het juist nuttig om een kamer tijdelijk te sluiten. Wat gebeurt er echter als de verkeerde kamer open blijft?
Of als een kamer die je echt nodig hebt, al jarenlang gesloten is? Dan kun je je gevangen voelen. Het lijkt wel alsof je vastzit in een kamer waar je niet meer uit kunt. Of juist buitengesloten, omdat je niet meer in staat bent om bepaalde emoties of herinneringen te ervaren. Wat doe je hiermee? Vaak heb je daar zelf geen idee van. Misschien ben je de sleutel jaren geleden kwijt geraakt. Soms al toen je een kind was. En het bijzondere is dat je jarenlang kunt denken dat je een gelukkige kindertijd hebt gehad, terwijl er ergens in je hoofd toch een kamertje is waar je nooit meer naar binnen bent gegaan. Niet omdat je dat bewust hebt gekozen. Misschien was je toen nog te jong om te begrijpen wat er gebeurde. Je hebt geleerd om door te gaan, dingen weg te stoppen of jezelf te beschermen. Maar een kamertje dat je jarenlang hebt afgesloten, verdwijnt niet altijd.

Bij IKReset gaan we niet zomaar deuren openbreken.

We kijken samen welke deur dicht zit, waarom die misschien dicht is gegaan en waar de sleutel gebleven kan zijn.Want soms hoef je niet terug om opnieuw vast te komen zitten.
Soms moet je juist terugkijken om eindelijk weer vooruit te kunnen.

De sleutel zit soms niet waar je hem verwacht.
Maar samen kunnen we op zoek gaan.

 

Bipolaire stoornis ….wat is het eigenlijk?

Bipolaire stoornis ….wat is het eigenlijk?

 

Iedereen heeft weleens een goede of slechte dag. Bij een bipolaire stoornis gaat het om veel sterkere veranderingen in stemming, energie en gedrag. Iemand kan een periode hebben waarin hij of zij extreem veel energie heeft en bijna niet slaapt. Daarna kan er een periode komen waarin iemand juist heel somber, moe en teruggetrokken is. Tijdens een manische periode kan iemand heel veel energie hebben, snel praten, veel ideeën krijgen en het gevoel hebben dat alles mogelijk is. Er is soms bijna geen behoefte aan slaap. Iemand kan veel plannen maken, veel geld uitgeven, risico’s nemen of dingen doen waar later spijt van komt. Soms wordt iemand ook snel boos of geïrriteerd. Bij een ernstige manie kan iemand het contact met de werkelijkheid verliezen. Hypomanie lijkt op manie, maar is minder heftig. Iemand kan zich energiek, vrolijk en zelfverzekerd voelen en veel ondernemen. Omdat het soms juist voelt alsof iemand eindelijk lekker in zijn vel zit, wordt hypomanie niet altijd herkend. Tijdens een depressieve periode gebeurt vaak het tegenovergestelde. Iemand heeft weinig energie, nergens zin in en trekt zich misschien terug. Dingen die vroeger leuk waren voelen niet meer leuk. Slapen kan moeilijk zijn of iemand slaapt juist heel veel. Ook kunnen negatieve gedachten, schuldgevoelens en een gevoel van waardeloosheid ontstaan. Bij een zware depressie kunnen gedachten aan de dood voorkomen. Er zijn verschillende vormen van bipolariteit. Bij bipolair type I heeft iemand minstens één duidelijke manische periode gehad. Bij bipolair type II zijn er hypomane periodes en depressieve periodes, maar geen volledige manie. Er bestaat ook cyclothymie. Daarbij zijn er langere tijd wisselende stemmingsklachten, maar minder zwaar dan bij type I of II. Bipolariteit betekent niet dat iemand twee persoonlijkheden heeft. Het betekent ook niet dat iemand altijd ziek of instabiel is. Tussen periodes door kan iemand zich gewoon goed voelen, werken, naar school gaan, een relatie hebben en een normaal leven leiden. Waar bipolariteit precies vandaan komt, is niet helemaal bekend. Erfelijke aanleg speelt een rol. Ook stress, slaaptekort, alcohol en drugs kunnen invloed hebben op de klachten. Vooral een regelmatig slaapritme is belangrijk. Bipolaire stoornis is goed te behandelen. Dat kan bijvoorbeeld met medicijnen, gesprekken en begeleiding. Ook helpt het om je eigen signalen te leren herkennen. Bijvoorbeeld: steeds minder slapen, veel meer energie krijgen, sneller praten, extreem veel plannen maken of juist steeds meer terugtrekken. Het belangrijkste is dat je jezelf niet hoeft te schamen. Bipolariteit is geen karakterfout en geen keuze. Het is een psychische aandoening waar je mee kunt leren omgaan. Als je merkt dat je stemming, slaap of gedrag sterk verandert, praat er dan over met iemand die je vertrouwt of met een huisarts of andere professional. Hoe eerder je merkt dat het niet goed gaat, hoe eerder je hulp kunt krijgen.

Je bent niet je diagnose. Bipolariteit kan een deel van je leven zijn, maar het bepaalt niet wie jij bent.

In ieder mens leeft nog een deel van het kind dat hij of zij ooit was.

In ieder mens leeft nog een deel van het kind dat hij of zij ooit was. Als dat kind verdriet, angst of pijn heeft meegemaakt en daar nooit hulp voor heeft gekregen, kan dat later nog merkbaar zijn in hoe iemand denkt, voelt en reageert. Herstel begint wanneer dat kind eindelijk de aandacht, liefde en steun krijgt die het vroeger heeft gemist.