Wat is trauma en wat gebeurt er in je hoofd?
Soms maakt iemand iets heel ergs, verdrietigs of engs mee. Bijvoorbeeld een ongeluk, oorlog, geweld, pesten, het verlies van iemand van wie je veel houdt, of een andere gebeurtenis waardoor je je heel bang of onveilig voelt. Zo’n gebeurtenis kan ervoor zorgen dat je hoofd en je lichaam de gebeurtenis niet zomaar kunnen vergeten. Dat noemen we trauma. Trauma betekent niet dat er iets mis is met jou. Het betekent dat je iets hebt meegemaakt wat voor jouw hoofd en lichaam te veel, te eng of te moeilijk was om goed te verwerken.
Je kunt je hersenen vergelijken met een huis waarin een alarm zit. Dat alarm moet je beschermen wanneer er gevaar is. Als er bijvoorbeeld iemand achter je aan komt, moet je lichaam snel kunnen reageren. Je hart gaat sneller kloppen, je spieren spannen zich aan en je lichaam maakt zich klaar om te vluchten of jezelf te verdedigen. Dat is heel handig wanneer er echt gevaar is. Bij trauma kan het alarm in je hoofd alleen veel te gevoelig worden. Het kan blijven denken dat er gevaar is, ook wanneer het gevaar allang voorbij is.
Daardoor kun je soms heel heftig reageren op iets wat voor andere mensen helemaal niet gevaarlijk lijkt. Een geluid, een geur, een bepaalde plek, een persoon of een situatie kan je herinneren aan wat er vroeger is gebeurd. Je hoeft daar niet bewust aan te denken. Je lichaam kan het zich als het ware herinneren. Je kunt ineens bang worden, boos worden, gaan trillen, sneller gaan ademen of het gevoel krijgen dat je weg moet. Het kan zelfs gebeuren dat je niet goed begrijpt waarom je zo reageert. Je hersenen proberen je op dat moment eigenlijk te beschermen, maar ze denken dat het oude gevaar opnieuw aanwezig is.
Een deel van je hersenen kun je zien als een soort waakhond. Deze waakhond let voortdurend op dingen die misschien gevaarlijk zijn. Wanneer je iets heel ergs hebt meegemaakt, kan die waakhond extra scherp worden. Hij wil voorkomen dat je nog een keer pijn krijgt of bang wordt. Daardoor kan hij ook gevaar zien op momenten waarop er eigenlijk niets aan de hand is. Je kunt dan bijvoorbeeld snel schrikken, moeilijk slapen, vaak boos zijn, moeite hebben om je te concentreren of liever bepaalde plaatsen en mensen vermijden. Het is dan alsof je hoofd steeds zegt: pas op, er kan iets gebeuren.
Dat betekent niet dat je zwak bent en het betekent ook niet dat je hoofd kapot is. Je hersenen doen juist wat ze hebben geleerd om jou te beschermen. Alleen hebben ze soms niet geleerd dat het gevaar voorbij is. Daarom kan iemand zich jaren later nog steeds gespannen of onveilig voelen, terwijl de gebeurtenis allang voorbij is. Het lichaam kan nog reageren alsof het ieder moment opnieuw kan gebeuren.
Gelukkig kunnen je hersenen veranderen en nieuwe dingen leren. Je kunt je hersenen vergelijken met een pad in het bos. Hoe vaker je over een bepaald pad loopt, hoe duidelijker het pad wordt. Ook in je hersenen kunnen bepaalde reacties steeds sterker worden wanneer je ze vaak gebruikt. Maar er kunnen ook nieuwe paden ontstaan. Door veiligheid, goede begeleiding, steun van mensen die je vertrouwt en door te leren begrijpen wat er met je gebeurt, kan je brein langzaam nieuwe manieren leren om met spanning en angst om te gaan.
Trauma betekent daarom niet dat je voor altijd zo zult blijven. Je brein heeft geleerd om je te beschermen op een moment dat je dat nodig had. Later kan je brein ook weer leren dat je veilig bent. Soms duurt dat lang en soms heb je daar hulp bij nodig, maar veranderen is mogelijk.
Je hoofd is dus niet kapot. Je hoofd heeft geprobeerd jou te beschermen. Soms moet het alleen opnieuw leren wanneer het alarm aan moet en wanneer het weer uit mag.