Een persoonlijke pagina op basis van mijn eigen gedachten.

Voeden ouders hun kinderen alleen uit liefde, of verwachten ze er ook iets voor terug?

Mijn gedachte is dat ouders hun kinderen niet altijd uitsluitend opvoeden vanuit liefde, maar dat er in veel gezinnen ook andere behoeften meespelen, behoeften waarvan ouders zich niet altijd bewust zijn, zoals de behoefte om belangrijk te zijn, de behoefte om gewaardeerd te worden, de behoefte om controle te houden en de behoefte om te zien dat hun kinderen zich ontwikkelen op een manier die past bij hun eigen overtuigingen en verwachtingen, en juist daar begint voor mij een interessant onderzoek, want wanneer we over ouderschap praten, zeggen we vaak dat ouders alles voor hun kinderen doen uit liefde, dat ze offers brengen, hard werken, hun eigen wensen opzijzetten en proberen hun kinderen een betere toekomst te geven, maar ik vraag mij af of liefde altijd zo onvoorwaardelijk is als we zelf graag geloven, of dat er soms onbewust een verwachting achter zit dat het kind daar later iets tegenover moet stellen, bijvoorbeeld door dankbaar te zijn, goed te luisteren, goede cijfers te halen, een bepaalde opleiding te volgen, respect te tonen op de manier die de ouders verwachten of later keuzes te maken waar de ouders trots op kunnen zijn. Ik wil hiermee niet zeggen dat alle ouders bewust iets terugverwachten of dat hun liefde niet echt is wanneer ze verwachtingen hebben, want ik geloof dat ouders oprecht van hun kinderen kunnen houden en tegelijkertijd beïnvloed kunnen worden door hun eigen onzekerheden, angsten, ervaringen en onvervulde wensen, voor mij is juist dat verschil belangrijk, een ouder kan oprecht geloven dat hij het beste voor zijn kind wil, maar ondertussen zo sterk vasthouden aan zijn eigen beeld van een goede toekomst dat er steeds minder ruimte overblijft voor het kind om zelf te ontdekken wie het is en wat het wil, de ouder denkt misschien dat hij beschermt, begeleidt en helpt, terwijl het kind vooral voelt dat het moet voldoen aan de verwachtingen van iemand anders. Ik vraag mij daarom af of we soms liefde verwarren met de verantwoordelijkheid die we voelen voor iemand, met de behoefte om invloed te hebben of met de wens om bevestiging te krijgen dat we goede ouders zijn, want wanneer een kind precies doet wat de ouder verwacht, kan dat de ouder een gevoel van trots, rust en zekerheid geven, maar wanneer het kind een andere richting kiest, kan diezelfde ouder teleurgesteld, boos of onzeker worden, niet altijd omdat het kind iets verkeerd doet, maar soms omdat de keuze van het kind botst met het beeld dat de ouder van zijn eigen opvoeding en van de toekomst van zijn kind heeft gemaakt, en dat is voor mij een belangrijk punt om te onderzoeken, houden we van het kind zoals het werkelijk is, of houden we ook van het beeld dat we zelf van het kind hebben gemaakt? Wanneer liefde verandert in druk en verwachtingen Mijn gedachte is dat druk binnen een gezin niet altijd begint met schreeuwen, straffen of harde woorden, soms begint het heel klein, met een opmerking aan de eettafel, een vergelijking met een broer of zus, een teleurgestelde blik, een vraag die steeds opnieuw wordt gesteld of een ouder die duidelijk laat merken dat hij niet tevreden is wanneer het kind een andere keuze maakt, een kind kan bijvoorbeeld horen dat het meer zijn best moet doen, dat het beter moet luisteren, dat het zijn ouders niet mag teleurstellen of dat het later zal begrijpen hoeveel de ouders voor hem hebben opgeofferd, afzonderlijk lijken zulke uitspraken misschien onschuldig, maar wanneer ze regelmatig terugkomen en het kind weinig ruimte krijgt om zijn eigen gevoelens te uiten, kunnen ze ervoor zorgen dat het kind steeds meer gaat leven vanuit de vraag wat de ouder van hem verwacht, in plaats van vanuit de vraag wat het zelf denkt, voelt en nodig heeft. Ik denk dat een kind hierdoor kan leren dat liefde iets is wat je moet verdienen, niet omdat een ouder dat altijd letterlijk zegt, maar omdat het kind merkt dat de sfeer thuis beter wordt wanneer het gehoorzaamt en slechter wordt wanneer het een eigen mening heeft, het kind ontdekt bijvoorbeeld dat ouders vriendelijker zijn wanneer het goede resultaten behaalt, dat er minder ruzie ontstaat wanneer het geen weerstand biedt of dat een ouder pas tevreden lijkt wanneer het kind zijn eigen wensen opzij zet, en zonder dat iemand dit bewust hoeft te plannen, kan er een patroon ontstaan waarin het kind leert om zichzelf aan te passen om de verbinding met zijn ouders te behouden. Voor mij ligt hier een belangrijk verschil tussen opvoeden en druk uitoefenen, opvoeden betekent in mijn ogen dat je een kind helpt om de wereld te begrijpen, grenzen te leren kennen, verantwoordelijkheid te ontwikkelen en uiteindelijk zelfstandig beslissingen te nemen, terwijl druk ontstaat wanneer de ouder zijn eigen wil zo sterk naar voren brengt dat het kind nauwelijks nog de ruimte voelt om zelf na te denken, vragen te stellen of het ergens niet mee eens te zijn, natuurlijk hebben kinderen grenzen nodig en kunnen ouders niet iedere wens toestaan, want een ouder draagt verantwoordelijkheid voor veiligheid, gezondheid en ontwikkeling, maar er bestaat een verschil tussen een grens uitleggen en gehoorzaamheid eisen zonder ruimte voor gesprek. Wanneer een ouder zegt dat iets niet mag omdat het gevaarlijk is, en vervolgens probeert uit te leggen waarom die grens bestaat, kan het kind leren om zelf risico’s te herkennen en verantwoordelijkheid te nemen, maar wanneer een ouder vooral zegt dat iets niet mag omdat hij het bepaalt, leert het kind mogelijk iets anders, namelijk dat macht belangrijker is dan uitleg en dat de persoon met de meeste macht uiteindelijk beslist wat waar, goed of toegestaan is, en ik vraag mij af wat er later gebeurt wanneer dit kind volwassen wordt, wanneer het zelf een relatie krijgt, kinderen krijgt of een leidinggevende functie krijgt, neemt het dan automatisch dezelfde manier van omgaan met anderen over, of gaat het juist alles doen om nooit meer in die afhankelijke positie terecht te komen? Egoïsme en dominantie binnen de relatie tussen ouder en kind Wanneer ik nadenk over ouder-kindrelaties, vraag ik mij af of er achter bepaalde vormen van opvoeding ook egoïsme en dominantie kunnen schuilgaan, niet altijd in de betekenis dat ouders slechte bedoelingen hebben, maar in de betekenis dat hun eigen behoeften, gevoelens en overtuigingen belangrijker worden dan de zelfstandigheid van het kind, egoïsme betekent in mijn onderzoek niet alleen dat iemand bewust aan zichzelf denkt en anderen benadeelt, het kan volgens mij ook zichtbaar worden wanneer iemand zo sterk bezig is met zijn eigen angst, trots, teleurstelling of behoefte aan controle dat hij onvoldoende ziet wat zijn gedrag met een ander doet. Een ouder kan bijvoorbeeld zeggen dat hij alleen maar wil dat zijn kind gelukkig wordt, maar vervolgens boos worden wanneer het kind een opleiding kiest die niet bij de verwachtingen van de ouder past, een ouder kan zeggen dat hij zijn kind wil beschermen, maar ondertussen bepalen met wie het kind wel of niet mag omgaan zonder naar de omstandigheden te luisteren, en een ouder kan zeggen dat respect belangrijk is, terwijl hij met respect eigenlijk bedoelt dat het kind niet mag tegenspreken, geen kritiek mag geven en zijn beslissingen niet in twijfel mag trekken, in zulke situaties ontstaat voor mij de vraag of de ouder werkelijk probeert te begrijpen wat het kind nodig heeft, of vooral probeert te voorkomen dat het kind iets doet wat de ouder zelf moeilijk kan accepteren. Dominantie herken ik in dit verband als de behoefte om de richting van een ander te bepalen, om de beslissingen te nemen en om te zorgen dat de eigen stem uiteindelijk zwaarder weegt dan die van de ander, binnen een gezin kan die dominantie heel zichtbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer een ouder voortdurend beslist wat een kind moet doen, maar ze kan ook verborgen aanwezig zijn in schuldgevoel, emotionele druk en uitspraken waarmee een kind het gevoel krijgt dat het ondankbaar is zodra het een eigen keuze maakt, denk bijvoorbeeld aan een ouder die zegt dat hij zijn hele leven voor zijn kind heeft opgeofferd en daarom verwacht dat het kind doet wat hij vraagt, daarmee kan de ouder bewust of onbewust de boodschap overbrengen dat het kind niet alleen een eigen leven heeft, maar ook verantwoordelijk is voor het geluk en de tevredenheid van de ouder. Ik denk dat dit een moeilijke situatie kan worden, omdat het kind afhankelijk is van de mensen van wie het houdt, een kind wil meestal niet voortdurend ruzie met zijn ouders, wil niet afgewezen worden en wil graag voelen dat het erbij hoort, waardoor het soms zijn eigen mening inslikt om de relatie goed te houden, het kan leren om zich aan te passen, conflicten te vermijden, altijd rekening te houden met de gevoelens van anderen of zich schuldig te voelen wanneer het voor zichzelf kiest, en wat aan de buitenkant op gehoorzaamheid lijkt, hoeft daarom niet altijd te betekenen dat het kind het eens is met zijn ouders, het kan ook betekenen dat het kind heeft geleerd dat verzet te veel spanning, verdriet of onzekerheid veroorzaakt. Ik wil daarbij benadrukken dat ik niet geloof dat iedere ouder die grenzen stelt dominant is en dat niet iedere verwachting egoïstisch is, want ouders moeten soms beslissingen nemen die kinderen niet begrijpen en soms moeten ze een kind tegen zijn eigen onmiddellijke wensen beschermen, voor mij ligt de kernvraag ergens anders, namelijk of de ouder bereid is om zijn eigen gedrag te onderzoeken, te luisteren naar de ervaring van het kind en toe te geven dat zijn eigen manier van denken niet automatisch de enige juiste manier is, want juist wanneer een ouder zichzelf nooit in twijfel trekt, kan zijn goede bedoeling veranderen in een vorm van controle waarbij het kind steeds minder ruimte krijgt om zichzelf te ontwikkelen. Wat gebeurt er met een kind dat steeds aan de verwachtingen van zijn ouders moet voldoen? Ik denk dat een kind dat voortdurend probeert te voldoen aan de verwachtingen van zijn ouders op verschillende manieren kan reageren, want niet ieder kind ontwikkelt dezelfde persoonlijkheid en niet ieder kind reageert op dezelfde druk, het ene kind wordt stil en probeert vooral geen problemen te veroorzaken, het andere kind wordt opstandig en verzet zich tegen iedere vorm van controle, een derde kind gaat juist extreem zijn best doen om te laten zien dat het goed genoeg is, terwijl een ander kind zich terugtrekt omdat het het gevoel krijgt dat het toch nooit kan voldoen aan wat er van hem wordt verwacht, voor mij is het belangrijk om te begrijpen dat deze reacties niet zomaar uit het niets ontstaan, maar kunnen samenhangen met de manier waarop een kind veiligheid, vrijheid, grenzen en waardering binnen het gezin ervaart. Een kind dat steeds hoort dat het beter moet presteren, kan bijvoorbeeld gaan geloven dat zijn waarde afhankelijk is van wat het bereikt, het kind leert dan niet alleen om zijn best te doen, maar mogelijk ook om bang te worden voor fouten, omdat fouten niet meer voelen als een normaal onderdeel van leren, maar als een bewijs dat het tekortschiet, een kind dat vaak wordt vergeleken met een broer, zus of ander kind kan gaan denken dat het nooit voldoende is zoals het is, terwijl een kind dat weinig ruimte krijgt om zijn mening te geven kan leren dat zijn gevoelens minder belangrijk zijn dan die van anderen, zulke patronen ontstaan niet bij ieder kind en hoeven niet automatisch tot problemen te leiden, maar ze kunnen wel invloed hebben op hoe iemand later naar zichzelf kijkt, hoe iemand grenzen aangeeft en hoe iemand met kritiek of teleurstelling omgaat. Ik vraag mij ook af hoeveel volwassenen nog steeds proberen om hun ouders tevreden te stellen, zelfs wanneer ze al lang zelfstandig zijn, ze nemen misschien een bepaalde baan omdat hun ouders dat verstandig vinden, ze verbergen hun relatie omdat ze bang zijn voor afkeuring, ze durven niet eerlijk te vertellen dat ze ongelukkig zijn of ze voelen zich schuldig wanneer ze besluiten minder contact te hebben met familieleden, niet altijd omdat hun ouders hen rechtstreeks dwingen, maar omdat ze van jongs af aan hebben geleerd dat het behoud van de relatie belangrijker is dan het uitspreken van hun eigen waarheid, en soms nemen mensen die manier van leven zo lang mee dat ze niet meer goed weten welke keuzes werkelijk van henzelf zijn en welke keuzes vooral zijn ontstaan uit angst om iemand teleur te stellen. Voor mij is dat een belangrijk onderdeel van het onderzoek naar opvoeding, omdat de invloed van ouders niet noodzakelijk ophoudt wanneer een kind het ouderlijk huis verlaat, de woorden, verwachtingen en reacties die iemand tijdens zijn jeugd heeft ervaren, kunnen onderdeel worden van de manier waarop die persoon zichzelf beoordeelt, zelfs wanneer de ouders niet meer aanwezig zijn, iemand kan bijvoorbeeld een fout maken en zichzelf onmiddellijk vertellen dat hij dom is, iemand kan rust nemen en zich daar schuldig over voelen, of iemand kan een eigen beslissing nemen en vervolgens eindeloos nadenken over wat anderen daarvan zullen vinden, het is dan interessant om te onderzoeken waar die innerlijke stem vandaan komt, welke overtuigingen iemand heeft overgenomen en of die overtuigingen vandaag nog steeds passen bij het leven dat hij wil leiden. Ik geloof dat bewustwording hier een belangrijke rol kan spelen, niet om ouders overal de schuld van te geven en ook niet om het verleden te gebruiken als verklaring voor alles wat iemand doet, maar om te begrijpen hoe bepaalde patronen ontstaan en welke verantwoordelijkheid we als volwassenen hebben om ze te veranderen, want een moeilijke jeugd betekent niet dat iemand gedoemd is om dezelfde fouten te herhalen, net zoals een ouder die zelf onder druk is opgegroeid niet automatisch zijn kinderen op dezelfde manier hoeft op te voeden, wanneer we leren herkennen wat we hebben meegekregen, kunnen we onderzoeken wat ons helpt en wat ons beperkt, en vervolgens bewustere keuzes maken in hoe we met onszelf en met anderen omgaan. Mijn visie op liefde, vrijheid en verantwoordelijkheid in de opvoeding: Mijn persoonlijke overtuiging is dat een kind geen eigendom van zijn ouders is, ook al zijn de ouders verantwoordelijk voor de opvoeding, veiligheid en ontwikkeling van dat kind, een kind komt niet op de wereld om de onvervulde dromen van zijn ouders waar te maken, om hun onzekerheden weg te nemen, om hun maatschappelijke status te verhogen of om later te bewijzen dat zij goede ouders zijn geweest, het kind is een mens die door de ouders wordt begeleid tijdens een periode waarin het nog niet zelfstandig voor zichzelf kan zorgen, maar het uiteindelijke doel van die begeleiding zou volgens mij moeten zijn dat het kind steeds beter leert om zelf na te denken, eigen keuzes te maken, verantwoordelijkheid te dragen en respectvol met andere mensen om te gaan. Ik denk dat liefde pas werkelijk ruimte geeft wanneer een ouder bereid is om te accepteren dat het kind een eigen persoonlijkheid ontwikkelt, dat het andere interesses kan hebben, andere overtuigingen kan vormen en soms keuzes maakt waarmee de ouder het niet eens is, dat betekent niet dat een ouder nergens meer iets van mag vinden of dat alle beslissingen van het kind automatisch goed zijn, maar wel dat er verschil bestaat tussen adviseren en bepalen, tussen waarschuwen en bang maken, tussen grenzen stellen en iemand klein houden, en tussen je zorgen uitspreken en iemand het gevoel geven dat hij verantwoordelijk is voor jouw verdriet. Voor mij betekent onvoorwaardelijke liefde niet dat er nooit grenzen zijn, dat alles wordt toegestaan of dat ouders hun eigen behoeften volledig moeten vergeten, het betekent eerder dat de menselijke waarde van het kind niet afhankelijk wordt gemaakt van gehoorzaamheid, prestaties of overeenstemming met de ouders, een ouder mag teleurgesteld zijn, mag zorgen hebben en mag uitleggen waarom hij een keuze onverstandig vindt, maar het kind zou niet voortdurend hoeven te bewijzen dat het liefde verdient door precies te worden wie de ouder graag wil zien, want wanneer liefde afhankelijk wordt van het volgen van verwachtingen, kan het kind leren om vooral een rol te spelen, terwijl het ondertussen zijn eigen gevoelens, verlangens en twijfels steeds verder naar de achtergrond duwt. Ik vind daarom dat ouders niet alleen hun kinderen moeten onderzoeken en proberen te begrijpen, maar ook zichzelf, welke angsten zitten achter mijn behoefte om mijn kind te beschermen, waarom raakt het mij zo wanneer mijn kind een andere mening heeft, waarom voel ik mij persoonlijk afgewezen wanneer mijn kind niet naar mijn advies luistert, verwacht ik dankbaarheid omdat ik mijn verantwoordelijkheid als ouder heb genomen, en probeer ik mijn kind werkelijk te helpen of probeer ik vooral de onzekerheid weg te nemen die ik zelf voel wanneer ik geen controle meer heb over zijn keuzes, dat zijn voor mij geen gemakkelijke vragen, maar juist daarom zijn ze waardevol, want een ouder die bereid is om zichzelf zulke vragen te stellen, krijgt de mogelijkheid om onderscheid te maken tussen wat het kind werkelijk nodig heeft en wat de ouder zelf nodig heeft. Mijn mening van de relatie tussen ouders en kinderen is daarom niet bedoeld om alle ouders te veroordelen, maar om een gesprek te openen over iets wat naar mijn mening te weinig wordt onderzocht, namelijk de manier waarop liefde, angst, verwachtingen, macht en controle met elkaar verweven kunnen raken binnen een gezin, ik wil verder kijken en leren over hoe ouders hun overtuigingen doorgeven, hoe kinderen leren om zich aan te passen en hoe bepaalde patronen van generatie op generatie kunnen worden herhaald zonder dat iemand zich daar volledig bewust van is, want een ouder kan zijn kind precies zo opvoeden als hij zelf is opgevoed en er oprecht van overtuigd zijn dat dit de juiste manier is, terwijl het kind diezelfde opvoeding heel anders ervaart. Wat ik uiteindelijk belangrijk vind, is dat we niet alleen vragen of ouders van hun kinderen houden, maar ook hoe die liefde in het dagelijks leven zichtbaar wordt, krijgt het kind ruimte om te spreken, mag het een andere mening hebben, kan het fouten maken zonder zijn eigenwaarde te verliezen, wordt er geluisterd wanneer het aangeeft dat iets pijn doet, en zijn ouders bereid om toe te geven dat ook zij fouten maken, voor mij zeggen de antwoorden op die vragen misschien meer over de kwaliteit van een relatie dan de woorden waarmee we onze liefde beschrijven, want liefde is niet alleen wat we voelen of wat we zeggen dat we voor iemand doen, liefde blijkt ook uit de ruimte die we de ander geven om zichzelf te worden. En dit is uiteindelijk mijn belangrijkste gedachte, een kind hoeft niet het leven te leiden dat zijn ouders voor ogen hadden om te bewijzen dat het van hen houdt, en een ouder hoeft niet de controle over het leven van zijn kind te behouden om te bewijzen dat hij een goede ouder is, misschien begint een gezondere relatie juist op het moment dat ouders erkennen dat hun taak niet is om een mens volledig naar hun eigen overtuigingen te vormen, maar om een mens te begeleiden die uiteindelijk zelfstandig moet kunnen denken, voelen, kiezen en verantwoordelijkheid nemen, en misschien moeten we daarom niet alleen aan kinderen vragen waarom ze zich tegen hun ouders verzetten, maar ook aan ouders vragen waarom het voor hen soms zo moeilijk is om hun kind de vrijheid te geven om anders te worden dan zij zelf hadden verwacht. De verschillende vormen van druk die ouders op hun kinderen kunnen uitoefenen Wat ik denk is dat druk binnen een gezin veel meer vormen heeft dan we vaak denken, wanneer mensen het woord druk horen, denken ze meestal aan een ouder die schreeuwt, boos wordt, straf geeft of een kind dwingt om iets te doen, maar tijdens mijn onderzoek naar de relatie tussen ouders en kinderen vraag ik mij af of de meest invloedrijke vormen van druk niet juist de vormen zijn die minder zichtbaar zijn, de vormen die worden verpakt in liefde, bezorgdheid, teleurstelling, stilte, schuldgevoel of de bewering dat een ouder alleen maar het beste voor zijn kind wil, want een kind hoeft niet altijd rechtstreeks te worden gedwongen om zijn gedrag aan te passen, soms is één blik van een ouder voldoende, soms is een zucht genoeg, soms merkt het kind aan de sfeer in huis dat zijn ouders ontevreden zijn en begint het uit zichzelf te veranderen wat het zegt, wat het doet en wat het durft te laten zien, en juist daarom denk ik dat we niet alleen moeten kijken naar wat ouders letterlijk tegen hun kinderen zeggen, maar ook naar wat kinderen leren begrijpen uit de manier waarop hun ouders reageren. Ik wil hierbij benadrukken dat niet iedere ouder die boos wordt, stil is, verdrietig reageert of verwachtingen heeft automatisch druk uitoefent, want ouders zijn ook mensen met emoties, grenzen, onzekerheden en moeilijke dagen, het gaat mij vooral om de manier waarop zulke reacties worden gebruikt, hoe vaak ze voorkomen en of het kind nog voldoende ruimte heeft om een eigen mening te hebben zonder bang te hoeven zijn voor afwijzing, vernedering of verlies van liefde, want wanneer een bepaalde reactie steeds opnieuw verschijnt op het moment dat een kind niet doet wat de ouder wil, kan die reactie een middel worden waarmee het gedrag van het kind wordt gestuurd, zelfs wanneer de ouder zelf niet beseft dat dit gebeurt. De eerste vorm is druk door liefde. Dit vind ik een van de interessantste vormen om te onderzoeken, omdat liefde normaal gesproken wordt gezien als iets positiefs, iets wat mensen met elkaar verbindt en wat veiligheid geeft, maar liefde kan ook worden gebruikt om invloed uit te oefenen, bijvoorbeeld wanneer een ouder zegt: “Ik doe alles voor jou, en dit is hoe je mij terugbetaalt”, of wanneer een ouder zegt: “Als je echt van mij hield, zou je dit niet doen”, op dat moment wordt de liefde tussen ouder en kind verbonden aan een bepaalde verwachting, waardoor het kind niet alleen hoeft na te denken over zijn eigen keuze, maar ook over de vraag of die keuze betekent dat het zijn ouders pijn doet of tekortschiet in de liefde die het hun verschuldigd zou zijn, mijn gedachte is dat dit voor een kind verwarrend kan zijn, omdat het kind afhankelijk is van de liefde van zijn ouders en die relatie niet zomaar op dezelfde manier kan verlaten als een volwassene een moeilijke relatie kan beëindigen, het kind wil de verbinding behouden en kan daarom besluiten om zijn eigen wensen opzij te zetten, niet omdat het werkelijk overtuigd is, maar omdat het bang is dat zijn keuze iets kapotmaakt tussen hem en zijn ouders, en zo kan liefde veranderen van een veilige verbinding in een verplichting waarbij het kind het gevoel krijgt dat het voortdurend iets moet teruggeven om de relatie goed te houden. De tweede vorm is druk door boosheid. Hierbij hoeft een ouder niet eens uit te leggen waarom hij iets wil, want de boosheid zelf kan al voldoende zijn om het kind te laten gehoorzamen, een ouder verheft zijn stem, slaat met een deur, wordt dreigend of reageert zo fel dat het kind leert om bepaalde onderwerpen te vermijden, misschien wil het kind vertellen dat het ergens anders over denkt, dat het een andere opleiding wil volgen of dat het een afspraak niet wil nakomen, maar zodra het merkt dat de ouder boos wordt, verandert het gesprek van een uitwisseling van gedachten in een poging om de boosheid te laten verdwijnen, het kind gaat misschien excuses aanbieden, geeft zijn eigen mening op of zegt dat de ouder gelijk heeft om de situatie weer rustig te krijgen, mijn vraag is dan of het kind werkelijk iets heeft geleerd over verantwoordelijkheid en de gevolgen van zijn keuze, of dat het vooral heeft geleerd dat het veiliger is om te doen wat de ouder wil, boosheid kan natuurlijk een normale emotie zijn, maar wanneer boosheid steeds wordt ingezet om discussie te beëindigen en gehoorzaamheid af te dwingen, kan het kind leren dat de sterkste emotie uiteindelijk bepaalt wie er gelijk krijgt. De derde vorm is druk door negeren en stilte. Ik vind dit een vorm die vaak wordt onderschat, omdat er aan de buitenkant weinig gebeurt, er wordt niet geschreeuwd en er worden misschien geen harde woorden uitgesproken, maar de ouder trekt zich terug, reageert nauwelijks, kijkt het kind niet aan of doet alsof het kind er niet is nadat het iets heeft gedaan wat de ouder niet goedkeurt, voor een kind kan die verandering in contact bijzonder verwarrend zijn, want het kind voelt dat er iets mis is, maar weet soms niet hoe het de situatie kan herstellen, het probeert misschien contact te maken, vraagt wat er aan de hand is, biedt excuses aan of belooft voortaan beter te luisteren, niet altijd omdat het begrijpt wat er verkeerd is gegaan, maar omdat het de verbinding met de ouder terug wil krijgen, mijn gedachte is dat stilte hierdoor een boodschap kan worden die sterker werkt dan een uitgesproken straf, namelijk dat het contact met de ouder tijdelijk verdwijnt wanneer het kind niet aan de verwachtingen voldoet, er is daarbij wel een belangrijk verschil tussen een ouder die even afstand neemt om tot rust te komen en later het gesprek hervat, en een ouder die stilte gebruikt om het kind te straffen of onder druk te zetten, het eerste kan gezond zijn wanneer het duidelijk wordt uitgelegd, terwijl het tweede ervoor kan zorgen dat het kind bang wordt om eerlijk te zijn. De vierde vorm is druk door schuldgevoel. Hierbij probeert een ouder het kind niet rechtstreeks te overtuigen met argumenten, maar laat hij het kind vooral voelen dat het verantwoordelijk is voor het verdriet, de teleurstelling of de offers van de ouder, uitspraken zoals “Door jou heb ik zoveel problemen”, “Na alles wat ik voor jou heb gedaan, kun je dit toch niet maken” of “Jij maakt mij ongelukkig wanneer je zo doet” kunnen ervoor zorgen dat het kind zijn eigen gedrag gaat beoordelen vanuit de gevoelens van de ouder, natuurlijk kunnen kinderen met hun gedrag soms daadwerkelijk iemand kwetsen en is het belangrijk dat ze leren om verantwoordelijkheid te nemen, maar er ontstaat een probleem wanneer een kind verantwoordelijk wordt gemaakt voor gevoelens en omstandigheden die niet volledig van het kind zijn, een ouder kan verdrietig zijn omdat een kind een andere keuze maakt, maar dat betekent niet automatisch dat het kind iets verkeerd heeft gedaan, en een ouder kan teleurgesteld zijn zonder dat het kind verplicht is om die teleurstelling weg te nemen, ik denk dat kinderen moeten leren dat ze rekening kunnen houden met anderen zonder verantwoordelijk te worden voor het voortdurend gelukkig houden van iedereen om hen heen. De vijfde vorm is druk door angst en dreiging. Dit is de vorm waarbij een ouder probeert gedrag te sturen door het kind bang te maken voor wat er zal gebeuren wanneer het niet gehoorzaamt, soms gaat het om duidelijke dreigementen, zoals straf, het afpakken van spullen of het verbieden van activiteiten, maar soms worden ook veel grotere gevolgen voorspeld, bijvoorbeeld dat het kind later niets zal bereiken, dat niemand het zal respecteren of dat het zijn hele toekomst zal verpesten wanneer het een bepaalde keuze maakt, ouders kunnen zulke uitspraken doen omdat ze zich zorgen maken en hun kind willen beschermen, maar wanneer waarschuwingen voortdurend worden overdreven of als dreiging worden gebruikt, kan het kind moeilijk leren om zelf de gevolgen van een keuze af te wegen, het kiest dan misschien niet voor wat het verstandig vindt, maar voor wat op dat moment de minste angst veroorzaakt, en dat is voor mij een belangrijk verschil tussen een kind leren nadenken over gevolgen en een kind zo bang maken dat het niet meer vrij durft na te denken. De zesde vorm is druk door teleurstelling en afkeuring. Sommige ouders hoeven niet boos te worden, omdat ze met hun gezicht, hun stem of hun woorden al duidelijk maken dat het kind niet aan de verwachtingen heeft voldaan, ze zeggen misschien: “Ik had meer van jou verwacht”, “Dat had ik nooit van jou gedacht” of “Je kunt het veel beter dan dit”, zulke woorden kunnen op zichzelf bedoeld zijn als aanmoediging, maar wanneer een kind ze voortdurend hoort en weinig waardering ervaart voor wat het wel goed doet, kan het de indruk krijgen dat het nooit voldoende is, het kind gaat misschien steeds harder werken om die goedkeuring terug te krijgen, niet omdat het zelf plezier heeft in wat het doet, maar omdat het wil voorkomen dat zijn ouders opnieuw teleurgesteld raken, mijn gedachte is dat dit vooral moeilijk kan worden wanneer waardering bijna uitsluitend wordt gegeven voor prestaties, goede cijfers, sportresultaten of gedrag waar de ouders trots op zijn, want dan kan een kind gaan geloven dat het vooral waardevol is wanneer het iets bereikt, terwijl het ook zonder prestaties recht heeft op respect, aandacht en waardering. De zevende vorm is druk door vergelijking. Hierbij wordt een kind voortdurend vergeleken met een broer, zus, klasgenoot of met de ouder zelf toen die nog jong was, “Kijk eens hoe goed je broer dat doet”, “Waarom kun jij niet zijn zoals je zus?” of “Toen ik jouw leeftijd had, werkte ik veel harder”, dit soort uitspraken kunnen ervoor zorgen dat een kind niet meer alleen bezig is met zijn eigen ontwikkeling, maar voortdurend probeert te meten of het beter of slechter is dan iemand anders, de ouder denkt misschien dat de vergelijking motiveert, maar het kind kan er juist onzeker van worden of het gevoel krijgen dat het niet geaccepteerd wordt zoals het is, bovendien kan vergelijking de relatie tussen kinderen onderling beïnvloeden, omdat de ene broer of zus wordt neergezet als voorbeeld en de andere als degene die tekortschiet, mijn gedachte is dat ieder kind zijn eigen mogelijkheden, tempo en moeilijkheden heeft en dat opvoeden niet zou moeten betekenen dat kinderen met elkaar moeten concurreren om de waardering van hun ouders te verdienen. De achtste vorm is druk door controle. Deze vorm gaat verder dan het stellen van redelijke grenzen, omdat de ouder steeds meer onderdelen van het leven van het kind wil bepalen, met wie het omgaat, welke hobby het kiest, welke opleiding het volgt, hoe het zich kleedt, wat het later moet worden en soms zelfs wat het moet denken of voelen, de ouder kan ervan overtuigd zijn dat hij door alle beslissingen zelf te nemen fouten voorkomt, maar ondertussen krijgt het kind weinig gelegenheid om zelfstandig te oefenen met keuzes maken, mijn gedachte is dat zelfstandigheid niet vanzelf ontstaat op het moment dat iemand achttien wordt of het ouderlijk huis verlaat, zelfstandigheid ontwikkelt zich juist door stap voor stap verantwoordelijkheid te krijgen, fouten te mogen maken en te leren nadenken over de gevolgen van eigen beslissingen, wanneer ouders alles blijven bepalen, kunnen kinderen aan de buitenkant gehoorzaam lijken, terwijl ze vanbinnen onzeker worden over hun eigen oordeel, of ze kunnen op latere leeftijd juist plotseling alle controle afwijzen omdat ze eindelijk het gevoel willen hebben dat hun leven van henzelf is. De negende vorm is druk door het onthouden van vrijheid of privileges. Ouders kunnen grenzen stellen aan het gebruik van een telefoon, het uitgaan of bepaalde activiteiten, en dat kan passend zijn bij de leeftijd en de situatie, maar de vraag die ik hierbij wil onderzoeken is hoe zulke grenzen worden gebruikt, wordt een consequentie gekoppeld aan gedrag dat besproken en begrepen is, of wordt de vrijheid van het kind telkens beperkt omdat het een mening heeft gegeven waar de ouder het niet mee eens is, wanneer een ouder bijvoorbeeld iedere keer iets afpakt zodra het kind kritiek uit, kan het kind leren dat eerlijk spreken gevolgen heeft, terwijl het juist zou moeten leren dat het zijn mening op een respectvolle manier mag uiten, een beperking kan bedoeld zijn om verantwoordelijkheid aan te leren, maar kan ook een middel worden waarmee een ouder duidelijk maakt dat alleen gehoorzaamheid toegang geeft tot vrijheid, en dat verschil zit niet alleen in de straf zelf, maar vooral in de reden, de uitleg en de manier waarop er met het kind wordt gesproken. De tiende vorm is druk door overmatige bescherming. Deze vorm lijkt op het eerste gezicht misschien helemaal geen druk, omdat de ouder voortdurend helpt, problemen probeert te voorkomen en ervoor zorgt dat het kind zo weinig mogelijk risico loopt, maar ook bescherming kan te ver gaan wanneer een kind nooit zelf iets mag proberen, nooit teleurstelling mag ervaren en nooit de kans krijgt om met moeilijke situaties om te leren gaan, een ouder zegt misschien dat de wereld gevaarlijk is, dat andere mensen niet te vertrouwen zijn of dat het kind bepaalde dingen niet aankan, de ouder doet dat mogelijk uit liefde en angst om het kind te zien lijden, maar de boodschap die het kind kan ontvangen is dat de wereld te moeilijk is en dat het zelf niet voldoende in staat is om ermee om te gaan, mijn gedachte is dat goede bescherming niet betekent dat we iedere moeilijkheid uit het leven van een kind moeten verwijderen, maar dat we het kind helpen om vaardigheden te ontwikkelen waarmee het die moeilijkheden geleidelijk zelf kan aanpakken. De elfde vorm is druk door het kind verantwoordelijk te maken voor de emoties van de ouder. Dit is een vorm die ik bijzonder belangrijk vind, omdat kinderen soms al op jonge leeftijd leren om voortdurend te letten op de stemming van hun ouders, ze kijken hoe de ouder binnenkomt, luisteren naar de toon van de stem en proberen te begrijpen of het een goed moment is om iets te vragen, wanneer een ouder verdrietig, boos of gespannen is, kan het kind besluiten om geen problemen te veroorzaken, extra behulpzaam te zijn of zijn eigen zorgen voor zichzelf te houden, dit kan in sommige situaties een normale reactie zijn op tijdelijke spanning, maar wanneer het kind structureel het gevoel krijgt dat het de ouder rustig, tevreden of gelukkig moet houden, kan het steeds minder ruimte ervaren om zelf kind te zijn, het leert dan mogelijk om de behoeften van anderen eerder te herkennen dan die van zichzelf, mijn gedachte is dat een kind best rekening mag houden met de gevoelens van zijn ouders, maar niet de verantwoordelijkheid hoort te dragen voor het oplossen van hun emotionele problemen. De twaalfde vorm is druk door voorwaardelijke waardering. Hierbij krijgt het kind vooral aandacht, complimenten of warmte wanneer het doet wat de ouder goedkeurt, terwijl afwijkend gedrag veel minder waardering oplevert, misschien wordt een kind enthousiast aangemoedigd wanneer het goede cijfers haalt, maar nauwelijks gezien wanneer het moeite heeft met school, misschien krijgt het complimenten wanneer het zich aanpast, maar wordt het bekritiseerd wanneer het voor zichzelf opkomt, zo kan een kind langzaam ontdekken welke versie van zichzelf de meeste waardering krijgt en die versie steeds vaker laten zien, zelfs wanneer dat betekent dat het gevoelens en eigenschappen verbergt die niet bij de verwachtingen van de ouders passen, ik vraag mij af hoeveel mensen later nog bezig zijn om de persoon te blijven die anderen graag zien, omdat ze vroeger hebben geleerd dat bepaalde kanten van zichzelf meer liefde of aandacht opleveren dan andere kanten. De dertiende vorm is druk door morele verplichtingen en tradities. Sommige ouders verwachten dat kinderen bepaalde overtuigingen, religieuze ideeën, culturele gewoonten of familieopvattingen overnemen, niet alleen omdat de ouders deze belangrijk vinden, maar ook omdat ze geloven dat een goed kind de overtuigingen van zijn familie respecteert en voortzet, tradities kunnen mensen verbinden en geven vaak betekenis, identiteit en houvast, maar het wordt ingewikkeld wanneer vragen stellen wordt gezien als ondankbaarheid, ongehoorzaamheid of verraad aan de familie, een kind kan dan het gevoel krijgen dat het niet alleen een andere mening heeft, maar ook de familie teleurstelt of haar identiteit afwijst, mijn gedachte is dat een overtuiging pas werkelijk persoonlijk betekenis krijgt wanneer iemand de ruimte heeft om haar te onderzoeken, vragen te stellen en uiteindelijk zelf te bepalen wat hij ervan gelooft, want iets overnemen uit angst om afgewezen te worden is niet hetzelfde als er bewust voor kiezen. De veertiende vorm is druk door liefde en boosheid af te wisselen. Hierbij kan een ouder het ene moment heel liefdevol zijn en het volgende moment afstandelijk, boos of afwijzend reageren wanneer het kind niet doet wat de ouder wil, het kind weet daardoor soms niet goed welke reactie het kan verwachten, waardoor het extra goed gaat opletten op de stemming van de ouder en probeert te ontdekken wat nodig is om de goede sfeer terug te krijgen, ik wil voorzichtig zijn met deze vorm, omdat wisselende emoties ook kunnen voorkomen in gezinnen waar ouders overbelast zijn of moeite hebben met hun eigen gevoelens, maar wanneer warmte en afwijzing herhaaldelijk worden gebruikt om gehoorzaamheid af te dwingen, kan het kind onzeker worden over de stabiliteit van de relatie, het kan voortdurend proberen de juiste woorden te kiezen, conflicten vermijden en zijn eigen gedrag aanpassen om de ouder tevreden te houden, niet vanuit innerlijke overtuiging, maar vanuit de behoefte om te weten dat de relatie veilig blijft. De vijftiende vorm is druk door schaamte en vernedering. Hierbij probeert een ouder gedrag te veranderen door het kind het gevoel te geven dat het slecht, zwak, dom of minderwaardig is, soms gebeurt dat door het kind uit te lachen, soms door persoonlijke fouten tegenover anderen te benoemen en soms door uitspraken te doen die de persoonlijkheid van het kind aanvallen in plaats van het gedrag te bespreken, er bestaat een verschil tussen zeggen dat een bepaalde handeling onverstandig was en zeggen dat het kind zelf waardeloos of dom is, in het eerste geval kan een kind nadenken over wat het anders kan doen, terwijl het in het tweede geval het gevoel kan krijgen dat er iets mis is met wie het is, mijn gedachte is dat schaamte een kind soms tijdelijk stil kan krijgen, maar dat stilte niet hetzelfde is als inzicht, een kind dat zich vernederd voelt, kan zijn gedrag misschien verbergen, maar dat betekent niet dat het begrijpt waarom iets verkeerd was of dat het heeft geleerd hoe het in de toekomst betere keuzes kan maken. De zestiende vorm is druk door beloftes en beloningen. Ook dit is interessant, omdat het niet altijd negatief hoeft te zijn, ouders mogen hun kinderen aanmoedigen en een beloning kan een leuke manier zijn om een doel te vieren, maar wanneer iedere vorm van gewenst gedrag afhankelijk wordt gemaakt van een beloning, kan het kind vooral leren om te kijken naar wat het ervoor terugkrijgt, bijvoorbeeld wanneer het alleen helpt als het geld ontvangt, alleen zijn best doet om een cadeau te krijgen of alleen rekening houdt met anderen wanneer er iets tegenover staat, dan ontstaat de vraag of het kind begrijpt waarom dat gedrag belangrijk is, of vooral heeft geleerd hoe het de beloning kan verdienen, hetzelfde geldt voor dreigen met het intrekken van een beloning zodra een kind een andere mening heeft, mijn gedachte is dat opvoeding niet uitsluitend zou moeten draaien om belonen en straffen, maar ook om uitleg, voorbeeldgedrag, samenwerking en het ontwikkelen van eigen verantwoordelijkheid. De zeventiende vorm is druk door slachtofferschap. Hierbij presenteert een ouder zichzelf voortdurend als degene die alles heeft opgeofferd, door iedereen wordt teleurgesteld of altijd de moeilijkste persoon in huis moet zijn, het kind kan daardoor het gevoel krijgen dat het de ouder moet compenseren voor alle moeilijkheden die hij heeft meegemaakt, misschien gaat het extra hard zijn best doen, geeft het zijn eigen plannen op of durft het niet eerlijk te vertellen dat het ergens anders over denkt, omdat het bang is dat de ouder opnieuw gekwetst zal worden, het is natuurlijk mogelijk dat ouders werkelijk veel hebben opgeofferd en dat ze moeilijke omstandigheden hebben meegemaakt, maar hun offers betekenen niet automatisch dat kinderen hun eigen leven moeten inrichten om die offers terug te betalen, mijn gedachte is dat verantwoordelijkheid voor elkaar iets anders is dan een levenslange schuld die een kind met gehoorzaamheid moet aflossen. De achttiende vorm is druk door voortdurende kritiek en twijfel zaaien. Sommige ouders geven niet rechtstreeks opdracht om iets te doen, maar stellen voortdurend de capaciteiten, keuzes of gevoelens van hun kind ter discussie, ze zeggen bijvoorbeeld dat het kind iets niet kan, dat het te gevoelig is, dat het overdrijft of dat het later wel zal begrijpen dat de ouder gelijk had, wanneer dit vaak gebeurt, kan het kind gaan twijfelen aan zijn eigen waarneming en oordeel, het vraagt zich misschien af of zijn gevoelens wel terecht zijn en zoekt steeds vaker bevestiging voordat het een beslissing neemt, kritiek kan nuttig zijn wanneer ze gericht is op gedrag en gepaard gaat met uitleg, maar wanneer een kind voortdurend het gevoel krijgt dat zijn eigen gedachten niet serieus worden genomen, kan het moeilijker worden om zelfstandig vertrouwen op te bouwen. Wanneer ik al deze vormen naast elkaar zet, zie ik dat druk niet altijd ontstaat doordat een ouder bewust probeert macht uit te oefenen, soms handelt een ouder vanuit angst, soms vanuit eigen opvoeding, soms vanuit onzekerheid en soms vanuit de overtuiging dat gehoorzaamheid noodzakelijk is om een kind goed groot te brengen, maar mijn belangrijkste vraag blijft wat er gebeurt wanneer de ouder niet onderzoekt wat zijn gedrag met het kind doet, want een goede bedoeling voorkomt niet automatisch dat een kind zich onder druk gezet voelt, en een ouder die zegt dat hij alles uit liefde doet, heeft daarmee nog niet bewezen dat de manier waarop hij die liefde uitdrukt ook goed aansluit bij wat het kind nodig heeft. Ik wil daarom dat we niet alleen kijken naar de zichtbare handeling, maar ook naar het patroon erachter, wordt er geluisterd wanneer het kind nee zegt, mag het kind uitleggen waarom het iets anders wil, kan een conflict worden besproken zonder dat de relatie onmiddellijk onder druk komt te staan, en is de ouder bereid om zijn eigen reactie te onderzoeken wanneer het kind niet gehoorzaamt, want daar ligt voor mij een belangrijk verschil tussen begeleiden en beheersen, begeleiden betekent dat je invloed gebruikt om een kind te helpen groeien, terwijl beheersen betekent dat je invloed gebruikt om te zorgen dat het kind zich blijft gedragen op een manier die voor jou aanvaardbaar is. Uiteindelijk geloof ik dat ouders en kinderen allebei mensen zijn met behoeften, emoties en verwachtingen, maar dat de verantwoordelijkheid niet gelijk verdeeld is wanneer het kind nog afhankelijk is van de ouder, de ouder heeft meer macht, meer ervaring en meer invloed op de veiligheid en de dagelijkse leefwereld van het kind, en juist daarom vind ik dat ouders extra bewust moeten omgaan met de manier waarop zij die macht gebruiken, niet omdat ze nooit boos mogen worden, nooit fouten mogen maken of iedere wens van hun kind moeten toestaan, maar omdat kinderen moeten kunnen leren dat liefde en verschil van mening naast elkaar kunnen bestaan, dat een grens niet betekent dat ze als persoon worden afgewezen en dat ze niet verplicht zijn om hun eigen identiteit op te geven om de relatie met hun ouders te behouden. Mijn persoonlijke conclusie is daarom dat de belangrijkste vraag niet alleen is hoeveel vormen van druk er bestaan, maar ook waarom we die druk gebruiken en wat we ermee proberen te bereiken, willen we dat een kind begrijpt waarom iets belangrijk is, of willen we vooral dat het doet wat wij zeggen, willen we dat het zelfstandig leert nadenken, of vinden we het moeilijk wanneer het zonder onze toestemming een andere conclusie trekt, en houden we werkelijk rekening met de gevoelens van het kind, of verwachten we vooral dat het rekening houdt met die van ons, want misschien begint echte opvoeding niet bij de vraag hoe we een kind zover krijgen dat het naar ons luistert, maar bij de vraag hoe we een kind leren om zelfstandig te denken, zonder dat het bang hoeft te zijn om de liefde van zijn ouders te verliezen. De gevolgen van ouderlijke druk: wat neemt een kind mee naar zijn volwassen leven? Mijn gedachte is dat de invloed van opvoeding niet ophoudt op het moment dat een kind volwassen wordt, het ouderlijk huis verlaat of zelfstandig beslissingen mag nemen, want wat een kind tijdens zijn jeugd leert over liefde, gehoorzaamheid, waardering, afwijzing en vrijheid, kan zich ontwikkelen tot overtuigingen die het de rest van zijn leven met zich meedraagt, vaak zonder dat het zich daarvan bewust is, en juist daarom vind ik het belangrijk om niet alleen te onderzoeken hoe ouders hun kinderen opvoeden, maar ook welke gevolgen bepaalde vormen van opvoeding op langere termijn kunnen hebben, want een kind leert niet alleen door wat ouders zeggen, maar vooral ook door wat het dagelijks ervaart, hoe ouders reageren wanneer het een fout maakt, wat er gebeurt wanneer het een andere mening heeft, hoeveel ruimte het krijgt om zelfstandig te denken en of het zich nog steeds geliefd voelt wanneer het niet aan de verwachtingen voldoet. Wanneer een kind jarenlang heeft ervaren dat liefde afhankelijk lijkt te zijn van gehoorzaamheid, kan het bijvoorbeeld de overtuiging ontwikkelen dat het goed moet presteren, zich moet aanpassen of anderen tevreden moet houden om waardering te krijgen, het kind hoeft die overtuiging niet letterlijk te formuleren, maar kan haar toch meenemen in zijn dagelijkse gedrag, het probeert misschien altijd behulpzaam te zijn, zegt snel ja wanneer iemand iets vraagt, vindt het moeilijk om nee te zeggen en voelt zich schuldig wanneer het voor zichzelf kiest, terwijl het aan de buitenkant juist kan overkomen als een vriendelijk, rustig en verantwoordelijk persoon, mijn gedachte is dat we hierbij goed moeten opletten, want gedrag dat door anderen als positief wordt gezien, kan soms ook ontstaan uit angst voor afwijzing, iemand kan bijvoorbeeld altijd klaarstaan voor anderen omdat hij werkelijk graag helpt, maar iemand kan hetzelfde gedrag laten zien omdat hij bang is dat mensen hem minder aardig vinden wanneer hij een keer niet helpt, het zichtbare gedrag is dan hetzelfde, maar de reden erachter is heel anders. Een kind dat regelmatig onder druk wordt gezet om aan de verwachtingen van zijn ouders te voldoen, kan ook moeite krijgen met het herkennen van zijn eigen wensen, wanneer ouders voortdurend bepalen wat verstandig, goed of passend is, krijgt het kind misschien weinig gelegenheid om te ontdekken wat het zelf belangrijk vindt, het leert om eerst naar de mening van anderen te kijken en pas daarna naar zijn eigen gevoelens, waardoor het later bij belangrijke beslissingen kan blijven twijfelen, het weet misschien welke keuze zijn ouders, partner of vrienden zouden goedkeuren, maar vindt het moeilijk om te bepalen wat het zelf wil, dit kan zichtbaar worden bij de keuze van een opleiding, een baan, een relatie of zelfs bij kleine dagelijkse beslissingen, omdat iemand gewend is geraakt aan het zoeken naar bevestiging voordat hij zichzelf toestemming geeft om een keuze te maken. Ik denk dat hier een belangrijk verband kan bestaan tussen controle tijdens de jeugd en onzekerheid tijdens het volwassen leven, wanneer een kind weinig mogelijkheden krijgt om zelfstandig beslissingen te nemen, kan het minder gelegenheid hebben om vertrouwen in zijn eigen beoordelingsvermogen op te bouwen, een ouder die voortdurend ingrijpt, fouten voorkomt en beslissingen overneemt, kan daarmee onbedoeld de boodschap geven dat het kind het zelf niet goed genoeg kan, en wanneer het kind die boodschap vaak genoeg ervaart, kan het later bang worden om fouten te maken, verantwoordelijkheid te dragen of zonder goedkeuring van anderen een beslissing te nemen, natuurlijk ontstaat onzekerheid niet uitsluitend door de opvoeding en zijn er veel andere factoren die een rol spelen, maar mijn onderzoek richt zich juist op de vraag hoe de manier waarop ouders met hun kinderen omgaan, kan bijdragen aan het vertrouwen dat kinderen in zichzelf ontwikkelen. Een ander mogelijk gevolg is dat een kind leert om zijn eigen emoties te verbergen, stel dat een kind verdrietig is en de ouder zegt dat het niet zo gevoelig moet zijn, dat het zich niet moet aanstellen of dat er belangrijkere problemen in de wereld bestaan, dan kan het kind langzaam leren dat het beter is om zijn verdriet niet te laten zien, hetzelfde kan gebeuren wanneer boosheid altijd wordt bestraft, wanneer angst wordt uitgelachen of wanneer een kind geen ruimte krijgt om uit te leggen waarom iets pijn doet, het kind leert dan misschien niet hoe het zijn emoties op een gezonde manier kan herkennen en uiten, maar vooral hoe het ze moet verbergen om problemen te voorkomen, later kan die persoon moeite hebben om over gevoelens te praten, kan hij zich ongemakkelijk voelen wanneer iemand emotioneel wordt of kan hij zelf pas merken hoe zwaar iets hem raakt wanneer de spanning zich al lange tijd heeft opgebouwd. Voor mij is het bijzonder interessant dat kinderen niet altijd bewust begrijpen waarom ze zich aanpassen, een kind kan bijvoorbeeld denken dat het gewoon een rustig karakter heeft, terwijl het ook heeft geleerd dat het veiliger is om geen tegenspraak te geven, een kind kan denken dat het altijd verantwoordelijk moet zijn, terwijl het vroeger misschien weinig ruimte had om fouten te maken, en een kind kan geloven dat het niet veel nodig heeft van anderen, terwijl het heeft geleerd om zijn eigen behoeften opzij te zetten omdat die thuis weinig aandacht kregen, ik beweer niet dat iedere eigenschap voortkomt uit een moeilijke opvoeding, want persoonlijkheid, temperament, omgeving en latere ervaringen spelen eveneens een rol, maar ik vind dat we onszelf de vraag mogen stellen of bepaalde eigenschappen werkelijk vrije keuzes zijn, of dat ze gedeeltelijk zijn ontstaan als manieren om met de omstandigheden van vroeger om te gaan. Ook de manier waarop iemand later relaties aangaat, kan beïnvloed worden door wat hij thuis heeft geleerd, een kind dat gewend is geraakt aan boosheid, afwijzing of onvoorspelbare reacties kan in volwassen relaties bijvoorbeeld extra gevoelig worden voor conflicten, voortdurend bevestiging zoeken of juist afstand houden om niet gekwetst te worden, iemand die heeft geleerd dat liefde betekent dat je jezelf moet aanpassen, kan een relatie krijgen waarin hij steeds de behoeften van de ander vooropstelt, terwijl iemand die zich vroeger voortdurend gecontroleerd voelde juist moeite kan hebben met afspraken, grenzen of het gevoel dat een partner invloed op hem probeert uit te oefenen, deze reacties zijn niet onvermijdelijk en zeggen niet automatisch iets over iemands jeugd, maar ze laten wel zien waarom het zinvol is om te onderzoeken welke ideeën over liefde, vertrouwen en vrijheid iemand tijdens zijn ontwikkeling heeft meegekregen. Ik denk ook dat er een andere reactie kan ontstaan, namelijk verzet tegen iedere vorm van gezag, een kind dat jarenlang weinig vrijheid heeft ervaren, kan later proberen om alle controle van zich af te schudden, soms door bewust andere keuzes te maken dan de ouders, soms door zich af te zetten tegen regels en soms door niemand meer te willen vertellen wat het moet doen, op het eerste gezicht kan dat lijken op onafhankelijkheid, maar ik vraag mij af of echte vrijheid hetzelfde is als alles afwijzen wat op controle lijkt, want iemand die voortdurend tegen zijn verleden vecht, kan nog steeds sterk door dat verleden worden beïnvloed, ook wanneer hij precies het tegenovergestelde doet van wat zijn ouders wilden, echte zelfstandigheid betekent voor mij dat iemand niet automatisch gehoorzaamt, maar ook niet automatisch in verzet gaat, hij kan luisteren naar advies, zelf nadenken en uiteindelijk een keuze maken die past bij zijn eigen waarden. Wat ik uiteindelijk belangrijk vind, is dat we kinderen niet alleen leren om zich goed te gedragen, maar ook leren begrijpen waarom bepaald gedrag belangrijk is, een kind dat uitsluitend leert gehoorzamen, weet misschien wat het moet doen wanneer een ouder aanwezig is, maar heeft niet automatisch geleerd hoe het zelfstandig goede beslissingen kan nemen wanneer niemand meekijkt, een kind dat uitleg, vertrouwen en ruimte krijgt om van fouten te leren, kan geleidelijk begrijpen waarom verantwoordelijkheid, respect en rekening houden met anderen belangrijk zijn, en volgens mij is dat een belangrijk verschil tussen een opvoeding die vooral gericht is op gehoorzaamheid en een opvoeding die gericht is op ontwikkeling, want het uiteindelijke doel zou niet moeten zijn dat een kind zijn hele leven blijft doen wat anderen zeggen, maar dat het opgroeit tot een mens die zelfstandig kan denken, verantwoordelijkheid kan dragen en respectvol met anderen kan omgaan zonder zichzelf voortdurend te verloochenen. Waarom herhalen kinderen later dezelfde opvoeding, of proberen ze juist het tegenovergestelde te doen? Mijn gedachte is dat een van de meest interessante vragen binnen de opvoeding is waarom sommige mensen later precies dezelfde patronen herhalen die ze als kind moeilijk hebben gevonden, terwijl anderen hun hele leven proberen om nooit te worden zoals hun ouders, want wanneer we als kinderen opgroeien, leren we niet alleen door uitleg en regels, maar ook door voorbeelden die we iedere dag zien, we observeren hoe onze ouders met elkaar praten, hoe ze reageren wanneer iemand een fout maakt, hoe ze omgaan met boosheid, hoe ze conflicten oplossen en hoe ze hun eigen behoeften tegenover die van anderen plaatsen, zelfs wanneer we het gedrag van onze ouders niet goedkeuren, kan het toch een onderdeel worden van wat we als normaal hebben leren herkennen, simpelweg omdat het de manier is waarop we jarenlang hebben gezien dat relaties functioneren. Een kind dat opgroeit in een gezin waar de luidste persoon uiteindelijk zijn zin krijgt, kan bijvoorbeeld leren dat conflicten worden opgelost door harder te praten, meer druk uit te oefenen of de ander geen ruimte meer te geven om te reageren, wanneer dat kind later zelf ouder wordt, kan het in een stressvolle situatie automatisch dezelfde reactie gebruiken, niet noodzakelijk omdat het bewust heeft besloten om zijn ouders na te doen, maar omdat het weinig andere voorbeelden heeft gehad van hoe je een conflict kunt oplossen, het kan oprecht geloven dat streng optreden noodzakelijk is om respect te krijgen, omdat het zelf heeft ervaren dat mensen in zijn omgeving vooral luisterden wanneer iemand boos werd, op die manier kan een opvoedingspatroon van de ene generatie naar de volgende worden doorgegeven, niet omdat ouders hun kinderen bewust willen beschadigen, maar omdat ze soms herhalen wat ze zelf hebben geleerd zonder te onderzoeken of er andere mogelijkheden bestaan. Ik denk dat dit ook kan gebeuren bij ouders die hun kinderen onder druk zetten vanuit liefde, een ouder die zelf is opgegroeid met de overtuiging dat gehoorzaamheid gelijkstaat aan respect, kan later verwachten dat zijn eigen kinderen dezelfde vorm van respect tonen, wanneer het kind een andere mening heeft, ervaart de ouder dat misschien niet als een normale ontwikkeling van zelfstandigheid, maar als een teken dat het kind geen respect heeft voor zijn opvoeding, vervolgens kan de ouder strenger worden, meer controle uitoefenen of het kind verwijten maken, terwijl hij ervan overtuigd blijft dat hij het juiste doet, vanuit zijn eigen geschiedenis voelt die aanpak misschien vertrouwd en verantwoord, maar het kind kan dezelfde situatie heel anders ervaren, en juist daar ontstaat voor mij de vraag hoe sterk onze opvoeding wordt beïnvloed door overtuigingen die we nooit bewust hebben onderzocht. Een andere mogelijkheid is dat iemand later juist alles anders wil doen dan zijn ouders, iemand die als kind veel controle heeft ervaren, kan bijvoorbeeld besluiten dat zijn eigen kinderen volledige vrijheid moeten krijgen, omdat hij niet wil dat zij hetzelfde meemaken als hijzelf, dat kan voortkomen uit een oprechte wens om het beter te doen, maar ook hier vind ik het belangrijk om onderscheid te maken tussen bewust opvoeden en reageren vanuit het verleden, want wanneer iemand alleen maar probeert het tegenovergestelde te doen van wat zijn ouders deden, kan hij alsnog sterk door dezelfde opvoeding worden gestuurd, een kind dat vroeger nooit iets mocht, kan later moeite hebben om grenzen te stellen aan zijn eigen kinderen, niet omdat het heeft onderzocht welke grenzen passend zijn, maar omdat iedere grens voor hem voelt als een herhaling van zijn eigen jeugd, en zo kan de ene generatie te streng worden en de volgende generatie juist moeite krijgen met het stellen van grenzen, terwijl beide ouders in wezen proberen om het goed te doen. Voor mij laat dit zien dat verandering niet alleen betekent dat je besluit om het anders te doen, maar ook dat je moet begrijpen waarom je bepaalde reacties hebt ontwikkeld, wanneer iemand bijvoorbeeld merkt dat hij snel boos wordt zodra een kind tegenspreekt, kan hij zichzelf afvragen waarom tegenspraak zoveel spanning oproept, voelt hij zich niet gerespecteerd, is hij bang om de controle kwijt te raken, heeft hij geleerd dat een ouder altijd het laatste woord moet hebben, of denkt hij dat zijn gezag verdwijnt wanneer hij naar de mening van een kind luistert, door zulke vragen te stellen, kan iemand beginnen te begrijpen dat zijn eerste reactie niet altijd de enige mogelijke reactie is, hij kan leren om even stil te staan, naar het kind te luisteren en onderscheid te maken tussen een echte bedreiging en een situatie waarin iemand simpelweg anders denkt. Ik denk dat juist hier een belangrijk verschil ontstaat tussen iemand die automatisch handelt vanuit zijn verleden en iemand die bewust probeert te leven, we kunnen onze jeugd niet veranderen en we kunnen niet kiezen welke voorbeelden we vroeger hebben gezien, maar we kunnen wel onderzoeken welke overtuigingen we hebben overgenomen en welke daarvan we willen blijven gebruiken, een ouder kan bijvoorbeeld erkennen dat hij vroeger weinig ruimte kreeg om fouten te maken en daarom extra streng is geworden voor zichzelf en anderen, vervolgens kan hij besluiten dat zijn eigen kinderen fouten mogen maken zolang ze ervan leren, hij kan leren om gedrag te corrigeren zonder de persoonlijkheid van het kind aan te vallen, om boosheid te bespreken zonder te dreigen en om grenzen te stellen zonder de liefde afhankelijk te maken van gehoorzaamheid, dat vraagt tijd, oefening en soms ook de bereidheid om eigen fouten onder ogen te zien, maar het betekent dat iemand niet automatisch hoeft door te geven wat hij zelf heeft meegemaakt. Een belangrijk onderdeel van mijn onderzoek is daarom de rol van overtuigingen, want mensen handelen vaak vanuit ideeën die voor hen vanzelfsprekend zijn geworden, zoals de overtuiging dat ouders altijd gelijk moeten hebben, dat een kind niet mag tegenspreken, dat je geen respect krijgt wanneer je niet streng bent, dat een goede ouder alle problemen voorkomt of dat kinderen later verplicht zijn om iets terug te doen voor de offers van hun ouders, zulke overtuigingen kunnen een lange geschiedenis hebben binnen een familie of cultuur, maar het feit dat een overtuiging vaak wordt herhaald, betekent niet automatisch dat ze in iedere situatie juist is, ik vind dat we moeten leren om vragen te stellen bij ideeën die we als vanzelfsprekend beschouwen, niet om alles uit het verleden af te wijzen, maar om bewust te kiezen wat we willen doorgeven aan de volgende generatie. Ik vraag mij bijvoorbeeld af hoeveel ouders ooit hebben stilgestaan bij de vraag waarom ze het zo moeilijk vinden wanneer hun kind nee zegt, misschien interpreteren ze dat antwoord als ongehoorzaamheid, terwijl het kind probeert een grens aan te geven, misschien ervaren ze een andere mening als persoonlijke afwijzing, terwijl het kind juist leert om zelfstandig te denken, of misschien zijn ze bang dat hun kind verkeerde keuzes zal maken en proberen ze die angst weg te nemen door steeds meer te bepalen, wanneer ouders hun eigen gevoelens niet onderzoeken, kunnen ze onbedoeld van hun kinderen verwachten dat die gevoelens verdwijnen door zich aan te passen, maar de angst van een ouder verdwijnt niet noodzakelijk wanneer een kind gehoorzaamt, soms wordt de angst alleen tijdelijk rustiger, waarna de ouder opnieuw controle wil uitoefenen zodra het kind een volgende zelfstandige stap zet. Ik denk dat het daarom belangrijk is om kinderen geleidelijk meer vrijheid te geven en tegelijkertijd betrokken te blijven bij hun ontwikkeling, vrijheid betekent niet dat ouders zich nergens meer mee bemoeien, dat kinderen alle regels mogen negeren of dat ze nooit rekening hoeven te houden met anderen, vrijheid betekent voor mij dat kinderen leren om binnen passende grenzen zelf na te denken, vragen te stellen, fouten te maken en verantwoordelijkheid te dragen, een ouder kan zeggen dat hij het ergens niet mee eens is zonder het kind het gevoel te geven dat de relatie daardoor gevaar loopt, hij kan uitleggen waarom hij zich zorgen maakt zonder de toekomst van het kind als een ramp voor te stellen, en hij kan toegeven dat hij iets niet weet zonder daarmee zijn waarde als ouder te verliezen, misschien is dat juist een van de belangrijkste lessen die een kind kan leren, namelijk dat je niet altijd gelijk hoeft te hebben om waardevol te zijn en dat je niet altijd de controle hoeft te behouden om verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Wat ik uiteindelijk wil onderzoeken, is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de opvoeding van een kind niet alleen bestaat uit het overnemen van oude regels, maar ook uit het ontwikkelen van eigen inzichten, want wanneer we nooit onderzoeken waarom we iets geloven, kunnen we overtuigingen blijven doorgeven die misschien ooit zijn ontstaan uit angst, onzekerheid of de omstandigheden waarin onze ouders zelf zijn opgegroeid, maar wanneer we bereid zijn om kritisch naar onszelf te kijken, ontstaat er ruimte om patronen te veranderen, niet door ouders uit het verleden te veroordelen, maar door verantwoordelijkheid te nemen voor wat we vandaag met die ervaringen doen. Mijn persoonlijke conclusie is dat we niet volledig vrij worden door onze ouders te gehoorzamen, maar ook niet door alles wat zij ons hebben geleerd af te wijzen, echte zelfstandigheid begint volgens mij wanneer we leren herkennen welke gedachten en gedragingen we hebben overgenomen, begrijpen waarom ze zijn ontstaan en vervolgens zelf bepalen welke waarden we willen behouden, een kind mag leren van zijn ouders zonder verplicht te zijn om precies hetzelfde leven te leiden, en een ouder mag zijn eigen ervaringen delen zonder te verwachten dat zijn kind iedere overtuiging overneemt, want opvoeding zou uiteindelijk niet moeten draaien om het voortzetten van de macht van de vorige generatie, maar om het voorbereiden van een nieuwe generatie die zelfstandig kan denken, bewuste keuzes kan maken en relaties kan aangaan waarin liefde niet afhankelijk is van gehoorzaamheid.